V-N Vandaag 2025/1773
Advocaat-generaal adviseert rechters terughoudendheid bij bevoegdheid om PKV te matigen
HR (Parket) 29-08-2025, ECLI:NL:PHR:2025:907
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
29 augustus 2025
- Zaaknummer
24/04263
25/02185
25/02191
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑03‑2026
ECLI:NL:HR:2026:460, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑03‑2026
ECLI:NL:HR:2026:457, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑03‑2026
ECLI:NL:HR:2026:283, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:994, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑08‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:908, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑08‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:909, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑08‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:907, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑08‑2025
- Wetingang
Essentie
Advocaat-generaal Pauwels bespreekt de bevoegdheid van de bestuursrechter om een proceskostenvergoeding te matigen indien een belanghebbende gedeeltelijk in het gelijk is gesteld. Hij adviseert de Hoge Raad om geen vaste criteria te formuleren maar wel te benadrukken dat de rechter terughoudend moet zijn met gebruik van deze bevoegdheid.
Samenvatting
Belanghebbende, X, is het niet eens met zijn WOZ-waarde. Rechtbank Noord-Holland handhaaft de waarde, maar constateert wel een schending van art. 40 lid 2 Wet WOZ. Voor de proceskostenvergoeding past de rechtbank een wegingsfactor 0,25 toe. Hof Amsterdam bevestigt dit oordeel en kwalificeert het gelijk van X als ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.