RFR 2025/58
Is de verkoop van de woning aan de zoon van erflaatster aan te merken als een gift?
HR 21-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:316
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 februari 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma, K. Teuben
- Zaaknummer
23/04354
- Conclusie
plv. P-G mr. M.H. Wissink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD10453:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Erfrecht (V)
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:316, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1326, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 06‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑12‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 07‑11‑2023
- Wetingang
Essentie
Erfrecht. Legitieme portie.
Op grond van het testament van erflaatster is haar zoon de enige erfgenaam, dochter is onterfd. Dochter maakt aanspraak op haar legitieme portie. Is de eigendomsoverdracht van een woning door erflaatster aan zoon en de afstand van het recht van gebruik en bewoning aan te merken als een gift?
Samenvatting
Erflaatster heeft een zoon en een dochter. In 1995 heeft erflaatster haar woning in eigendom overgedragen aan de zoon voor NLG 479.500. Erflaatster heeft recht van gebruik en bewoning van de woning. Voor het bedrag van de koopsom van de woning zijn erflaatster en zoon ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.