RBP 2026/12
Voeging. Wat is het uiterste tijdstip waarop vordering tot voeging in cassatie kan worden ingesteld – en waar staat dat?
HR 12-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1888
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 december 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
25/01812
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- JCDI
JCDI:BSD51494:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1888, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1149, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑10‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑05‑2025
- Wetingang
Essentie
Voeging. Voeging in cassatie. Goede procesorde.Wat is het uiterste tijdstip waarop vordering tot voeging in cassatie kan worden ingesteld – en waar staat dat?
Samenvatting
In deze zaak willen twee belanghebbende partijen zich als procespartij voegen in een cassatiezaak waarin al verstek was verleend tegen de verweerder tot cassatie. Hun belang is dat de Hoge Raad het door de eiser tot cassatie bestreden arrest vernietigt, omdat zij last hebben van de instandhouding ervan. De achtergrond is dat de eiseressen tot cassatie – twee zussen – stellen slachtoffer te zijn van seksueel misbruik gepleegd door de verweerder tot cassatie; ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.