NJF 2015/74
Retentierecht. Procesrecht. Hof wil prejudiciële vragen aan Hoge Raad stellen over voorwaarden voor uitoefening retentierecht door onderaannemer.
Hof Arnhem-Leeuwarden 13-09-2016, ECLI:NL:GHARL:2016:7314
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
13 september 2016
- Magistraten
Mrs. J.H. Kuiper, H. de Hek, M.M.A. Wind
- Zaaknummer
200.133.762/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Bouwrecht / Aanneming
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2016:7314, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 13‑09‑2016
ECLI:NL:GHARL:2015:7946, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 20‑10‑2015
ECLI:NL:GHARL:2015:202, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 13‑01‑2015
- Wetingang
Art. 3:290 BW; art. 392 Rv
Essentie
Retentierecht. Procesrecht. Hof wil prejudiciële vragen aan Hoge Raad stellen over voorwaarden voor uitoefening retentierecht door onderaannemer.
Samenvatting
Een onderaannemer krijgt door het faillissement van de hoofdaannemer niet meer betaald. Daarop sluit de onderaannemer de bouwplaats af met eigen sloten en beroept zich op zijn retentierecht. De eigenaar van het perceel betwist het retentierecht en verwijdert de door de onderaannemer aangebrachte sloten. De onderaannemer vordert een verklaring voor recht dat de eigenaar aansprakelijk is voor de door de onderaannemer geleden schade veroorzaakt door het niet respecteren van het door hem uitgeoefende retentierecht. Het hof heeft in een eerdere ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.