Einde inhoudsopgave
De overeenkomst in het insolventierecht (R&P nr. InsR3) 2012/7.5.2.3
7.5.2.3 Ná faillissement verrichte leveranties
mr. T.T. van Zanten, datum 14-09-2012
- Datum
14-09-2012
- Auteur
mr. T.T. van Zanten
- JCDI
JCDI:ADS389213:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II, 1999/2000, nr. 3, p. 10. Zie ook Kamerstukken II, 1999/2000, 27 244, A, p. 10. Vgl. Wessels Insolventierecht II 2012, par. 2495c.
Vgl. Kamerstukken II, 1999/2000, 27 244, A, p. 11.
Zie art. 21 Fw en HR 20 maart 1981, NJ 1981, 640, m.nt. CJHB (Veluwse Nutsbedrijven/Blokland q.q.).Ook gedurende de WSNP levert de ten behoeve van de schuldenaar geleverde energie mijns inziens géén boedelschuld op, maar dient de schuldenaar zelf voor betaling uit de hem gelaten middelen zorg te dragen. Datzelfde geldt immers ten aanzien van na de toepassing van de WSNP verschenen huurtermijnen; zie de MvT bij art. 305 Fw, Kamerstukken II, 1992/93, 22 969, nr. 3, p. 46-47.
Zie ook Kamerstukken II, 1999/2000, 27 244, A, p. 10 en 11.
De memorie van toelichting vermeldt dat ná datum faillissement verrichte leveranties bij wege van boedelschuld moeten worden betaald.1 Naar ik meen, is dat alleen juist voor zover die leveranties ten behoeve van de voortzetting van de onderneming zijn verricht.2 Is de energie geleverd ter voorziening in de eerste levensbehoeften van de gefailleerde natuurlijk persoon, dan komt de voortgezette energielevering niet ten laste van de boedel, maar dient de nutsleverancier uit het buiten het faillissement vallende vermogen te worden voldaan.3 In beide gevallen is naar mijn mening niet noodzakelijk dat bij de betaling uitdrukkelijk wordt vermeld dat deze betrekking heeft op de ná datum faillissement verrichte leveranties. Zou het nutsbedrijf de ontvangen betaling op 'oude' schulden wegboeken,4 dan zou dat regelrecht in strijd zijn met de strekking van art. 37b Fw.
Indien en voor zover nieuwe leveranties niet worden betaald, is opschorting of ontbinding uiteraard wél geoorloofd.5 Hiernaast behoudt de wederpartij de mogelijkheid zich te bedienen van de onzekerheidsexceptie van art. 6:263 BW. Indien zij goede gronden heeft te vrezen dat de curator dan wel de schuldenaar niet in staat zal zijn om voor ná de intrede van het faillissement te verrichten prestaties de overeengekomen tegenprestatie te leveren, mag de wederpartij die prestaties opschorten.