NJB 2014/685
Door de Officier van Justitie onder zich houden van ingevorderd rijbewijs art. 164 lid 4 WVW 1994: deze bepaling moet aldus worden uitgelegd dat in de gevallen waarin op grond van art. 164 lid 2 WVW 1994 het rijbewijs is ingevorderd, steeds sprake is van een wettelijk vermoeden van recidivegevaar ter zake van die gevallen en dat de Officier van Justitie bijgevolg in dergelijke gevallen bevoegd is dat rijbewijs onder zich te houden, tenzij gelet op bijzondere omstandigheden toch niet gezegd kan worden dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid van herhaling, en behoudens klemmende redenen om van die maatregel af te zien (vgl. HR 3 juni 1997, ECLI:NL HR:1997:ZD0743, NJ 1997/548)
HR 11-03-2014, ECLI:NL:HR:2014:538
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
11 maart 2014
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, N. Jörg, V. van den Brink
- Zaaknummer
12/03806
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:538, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 11‑03‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:121, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑02‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 27‑08‑2012
- Wetingang
(WVW 1994 art. 164)
Essentie
Door de Officier van Justitie onder zich houden van ingevorderd rijbewijs art. 164 lid 4 WVW 1994: deze bepaling moet aldus worden uitgelegd dat in de gevallen waarin op grond van art. 164 lid 2 WVW 1994 het rijbewijs is ingevorderd, steeds sprake is van een wettelijk vermoeden van recidivegevaar ter zake van die gevallen en dat de Officier van Justitie bijgevolg in dergelijke gevallen bevoegd is dat rijbewijs onder zich te houden, tenzij gelet op bijzondere omstandigheden toch niet gezegd kan worden dat ernstig rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid van herhaling, en behoudens klemmende redenen om ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.