NJB 2024/2533
Aanhoudingsverzoek en aanwezigheidsrecht art. 6 EVRM: herhaling kader uit vaste rechtspraak. In casu heeft het hof niet geoordeeld dat de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid – daarop neerkomend dat de gedetineerde verdachte in verband met rugletsel niet in staat was om gebruik te maken van transport, te verblijven in een cellencomplex en te verschijnen op de terechtzitting, en dat hij ervan is uitgegaan dat de zaak zou worden aangehouden – niet aannemelijk is, terwijl het hof evenmin blijk heeft gegeven van de hierbij vereiste belangenafweging. Aldus is ’s hofs beslissing niet toereikend gemotiveerd.
HR 19-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1644
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 november 2024
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T. Kooijmans, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/02079
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1644, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1252, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑09‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:951, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑09‑2024
- Wetingang
(art. 6 EVRM)
Essentie
Aanhoudingsverzoek en aanwezigheidsrecht art. 6 EVRM: herhaling kader uit vaste rechtspraak. In casu heeft het hof niet geoordeeld dat de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid – daarop neerkomend dat de gedetineerde verdachte in verband met rugletsel niet in staat was om gebruik te maken van transport, te verblijven in een cellencomplex en te verschijnen op de terechtzitting, en dat hij ervan is uitgegaan dat de zaak zou worden aangehouden – niet aannemelijk is, terwijl het hof evenmin blijk heeft gegeven van de hierbij vereiste belangenafweging. Aldus is ’s ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.