Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang
Einde inhoudsopgave
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/4.4.3:4.4.3 Bespreking; relevante kenmerken voor toekenning rechten
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/4.4.3
4.4.3 Bespreking; relevante kenmerken voor toekenning rechten
Documentgegevens:
mr. G.P. Oosterhoff, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. G.P. Oosterhoff
- JCDI
JCDI:ADS345559:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze paragraaf betreft meldingsplichten die verband houden met het economische belang bij het aandeel. Pandrecht en vruchtgebruik waarbij stemrecht aan de pandhouder respectievelijk vruchtgebruiker worden toegekend komen hier niet aan de orde maar zijn vanwege dit stemrecht wel meldingsplichtig.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan de hand van deze meldingsplichten vallen de volgende kenmerken te onderscheiden die van nut kunnen zijn bij het aanbrengen van structuur in de verscheidenheid aan synthetische (economische) belangen.
a. Positief en negatief economisch belang
De meldingsplichten zien zowel op positieve als op negatieve belangen in aandelen. Voor positieve en voor negatieve belangen gelden echter verschillende regimes met eigen criteria en drempels.
b. Eisen aan de aard van het verband tussen economisch belang en aandeel
Wat betreft de aard van het verband tussen het economische belang en het aandeel blijkt dat de meldingsplichten aanknopen bij belangen in aandelen die voortvloeien uit overeenkomsten.
Ten aanzien van gedeeltelijke belangen in aandelen valt in de eerste plaats op dat de meldingsplichten behalve op gehele belangen bij aandelen zien op (sommige) gedeeltelijke economische belangen. Verschillende vormen van gedeeltelijke belangen vallen onder meldingsplichten, zoals opties (de optie geeft een gedeeltelijk belang dat ontstaat bij een waardestijging of -daling van het onderliggende aandeel tot boven of onder een bepaald niveau (zie paragraaf 2.3.2a); de meldingsplicht hangt echter niet af van de vraag of een optie in the money is of niet) en certificaten (soms geven die het gehele, soms een gedeeltelijk economisch belang). Andere vormen van gedeeltelijke economische belangen, zoals pandrecht of vruchtgebruik (zonder bevoegdheid tot vervreemding en vertering) vallen niet onder de meldingsplichten.1 In de tweede plaats valt op dat bij de cash-settled instrumenten van artikel 5:45 lid 10 Wft de omvang van het belang waarover iemand beschikt wordt berekend met behulp van de delta adjusted calculatiemethode. Hij kan het gehele belang bij de aandelen moeten melden (als de delta 1 is), maar ook een gedeeltelijk belang (als de delta kleiner is dan 1). De berekening bepaalt de omvang van het te melden belang. Wat betreft voorwaardelijke belangen geldt dat een belang onder ontbindende voorwaarde direct meldingsplichtig is en een belang onder opschortende voorwaarde pas bij het vervullen van de voorwaarde.
Voor de toepassing van de meldingsplichten is niet van groot belang hoe veel schakels liggen tussen het aandeel of de vennootschap enerzijds en de houder van een belang bij het aandeel anderzijds. Ook een belang dat via een stapeling van verschillende schakels wordt gehouden, dus waarbij het verband tussen de vennootschap of het aandeel enerzijds en de houder van het belang anderzijds verder verwijderd is, kan toch meldingsplichtig zijn. Bij long posities wordt wel onderscheid gemaakt tussen rechtstreekse en middellijke belangen, maar dit onderscheid lijkt niet al te veel betekenis te hebben; beide belangen zijn meldingsplichtig, in aanvulling daarop geldt een meldingsplicht voor een verschuiving tussen beide categorieën. Dat het aantal schakels tussen vennootschap en belanghouder voor de meldingsplichten niet relevant is, volgt daaruit dat (bij long posities) ook die belangen moeten worden gemeld die slechts voortvloeien uit enig contract dat een met het houden van een aandeel vergelijkbare economische positie geeft en (bij short posities) ook die belangen moeten worden gemeld die voortvloeien uit transacties met betrekking tot een financieel instrument en waarvan een gevolg is dat een partij financieel voordeel geniet indien de waarde van het aandeel daalt. Zonder nuance gesteld is iedere (substantiële) contractuele positie met een positief of negatief belang bij het aandeel meldingsplichtig, zonder dat eisen worden gesteld aan de schakel of keten van schakels met de vennootschap of de aandeelhouder. Tegelijkertijd zien de meldingsplichten doorgaans niet op belangen via related non-host assets; daarvoor is het verband met het aandeel te ver verwijderd of te onzeker.
Enige medewerking door de vennootschap aan het ontstaan van het belang of wetenschap bij de vennootschap van het belang is niet relevant. Ten slotte geldt dat belangen in aandelen gehouden via mandjes of indices van aandelen ook onder het bereik van de meldingsplichten vallen, zij het dat de meldingsplicht bij mandjes of indices wel afhangt van het aantal aandelen van een bepaalde soort dat deel uitmaakt van het mandje of de index en/of van de (eenzijdige) samenstelling van het mandje of de index.
c. Belang bij bestaande en fictieve aandelen
Het ruime toepassingsbereik van de meldingsplichten houdt in dat niet alleen belangen bij bestaande aandelen meldingsplichtig zijn, maar ook contractueel gecreëerde belangen die niet op bestaande aandelen zijn gebaseerd. Ook belangen in fictieve aandelen kunnen onder het bereik van de meldingsplicht vallen.