NJB 2026/15
Ontvankelijkheid beklag art. 552a Sv dat betrekking heeft op bestanden die anoniem aan de opsporingsinstanties zijn toegestuurd en ten aanzien waarvan het redelijk vermoeden bestaat dat zij gegevens bevatten die onder het verschoningsrecht vallen, zodat het dus niet gaat om voorwerpen ten aanzien waarvan sprake is geweest van inbeslagneming (vgl. art. 134 Sv) en evenmin om gegevens die het resultaat zijn van een doorzoeking van een plaats met als doel de vastlegging van gegevens die op deze plaats zijn opgeslagen of vastgelegd (zie art. 125i Sv): gelet op de belangen die met het verschoningsrecht zijn gemoeid, moet de rechter-commissaris ook in zo’n geval een beslissing nemen overeenkomstig art. 98 Sv. De officier van justitie moet daartoe een vordering ingevolge art. 181 Sv richten aan de rechter-commissaris. De betreffende gegevens moeten daarbij in handen worden gesteld van de rechter-commissaris, zodat deze kan beslissen of kennisneming van de gegevens is toegestaan. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris dat kennisneming van de gegevens is toegestaan, staat voor de verschoningsgerechtigde beklag open bij (de raadkamer van) het gerecht in feitelijke aanleg waarvoor de zaak wordt vervolgd. Tegen de beschikking van dit gerecht staat beroep in cassatie open. Verschoningsrecht art. 218 Sv en belangen derden: als moet worden geoordeeld dat het belang van de waarheidsvinding zwaarder moet wegen dan het verschoningsrecht, mag de inbreuk op het verschoningsrecht niet verder gaan dan strikt nodig is voor het aan het licht brengen van de waarheid van het betreffende feit. Daarbij moet zorg worden betracht om te voorkomen dat de belangen van andere cliënten van de advocaat dan de cliënten die betrokken zijn bij het strafbare feit, onevenredig worden getroffen. In casu heeft de rechtbank ten onrechte niet kenbaar in haar oordeel betrokken of de belangen van bepaalde andere cliënten niet onevenredig worden getroffen door het (ongeclausuleerd) ter beschikking stellen van de fragmenten van de geluidsbestanden.
HR 09-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1788
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 december 2025
- Magistraten
Mrs. Borgers, A.L.J. van Strien, T. Kooijman
- Zaaknummer
25/00813 Bv
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1788, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1098, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑10‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑06‑2025
- Wetingang
Essentie
Ontvankelijkheid beklag art. 552a Sv dat betrekking heeft op bestanden die anoniem aan de opsporingsinstanties zijn toegestuurd en ten aanzien waarvan het redelijk vermoeden bestaat dat zij gegevens bevatten die onder het verschoningsrecht vallen, zodat het dus niet gaat om voorwerpen ten aanzien waarvan sprake is geweest van inbeslagneming (vgl. art. 134 Sv) en evenmin om gegevens die het resultaat zijn van een doorzoeking van een plaats met als doel de vastlegging van gegevens die op deze plaats zijn opgeslagen of vastgelegd (zie art. 125i Sv): gelet op de belangen die met het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.