NJB 2026/11
Voeging in cassatie. Hoge Raad: 1. Uiterste datum van instelling van vordering. Als uitgangspunt geldt dat een incidentele vordering tot voeging in cassatie tijdig is ingesteld indien dit gebeurt – ingeval de verweerder is verschenen – vóór of op de datum waarop de verweerder zijn verweerschrift moet indienen, dan wel ingeval de verweerder niet is verschenen – vóór of op de datum waarop tegen de verweerder verstek wordt verleend. 2. Belang. Eiseressen in het incident hebben hun belang bij voeging voldoende onderbouwd. Aannemelijk is dat de beslissing van het hof nadelige gevolgen voor hen kan hebben.
HR 12-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1888
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 december 2025
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
25/01812
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1888, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:1149, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑10‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑05‑2025
- Wetingang
Essentie
Voeging in cassatie. Hoge Raad: 1. Uiterste datum van instelling van vordering. Als uitgangspunt geldt dat een incidentele vordering tot voeging in cassatie tijdig is ingesteld indien dit gebeurt – ingeval de verweerder is verschenen – vóór of op de datum waarop de verweerder zijn verweerschrift moet indienen, dan wel ingeval de verweerder niet is verschenen – vóór of op de datum waarop tegen de verweerder verstek wordt verleend. 2. Belang. Eiseressen in het incident hebben hun belang bij voeging voldoende onderbouwd. Aannemelijk is dat de beslissing van het hof nadelige gevolgen voor hen kan hebben.
Partij(en)
De zussen, adv. mr. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.