NJ 2023/350
Internationaal privaatrecht. Procesrecht. Litispendentie (art. 12 Rv); aanhouding behandeling zaak o.g.v. erkenning en/of tenuitvoerlegging buitenlandse beslissing op voet HR 26 september 2014, NJ 2015/478 (Gazprombank) of executieverdrag.
HR 29-09-2023, ECLI:NL:HR:2023:1266, m.nt. L. Strikwerda
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
29 september 2023
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
22/01667
- Conclusie
A-G mr. P. Vlas
- Noot
L. Strikwerda
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS935065:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1266, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 29‑09‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:1043, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑11‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 03‑05‑2022
- Wetingang
Essentie
Internationaal privaatrecht. Procesrecht. Litispendentie (art. 12 Rv); aanhouding behandeling zaak o.g.v. erkenning en/of tenuitvoerlegging buitenlandse beslissing op voet HR 26 september 2014, NJ 2015/478 (Gazprombank) of executieverdrag.
Samenvatting
Art. 12 Rv strekt ertoe in Nederland tegenstrijdige beslissingen tussen dezelfde partijen over hetzelfde onderwerp te voorkomen. De rechter die overweegt op grond van art. 12 Rv de behandeling van de zaak aan te houden dan wel beoordeelt of hij zich op grond van die bepaling onbevoegd dient te verklaren, dient te onderzoeken of in de procedure bij de buitenlandse ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.