RCR 2024/59
Oneerlijk beding consumentenkredietovereenkomst. Wanneer is een beding in een consumentenkredietovereenkomst, waarin een dwingendrechtelijke bepaling van nationaal recht is overgenomen, onderworpen aan toetsing op het oneerlijke karakter daarvan?
HvJ EU 30-05-2024, ECLI:EU:C:2024:443 (Raiffeisen Bank)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
30 mei 2024
- Magistraten
N. Piçarra, N. Jääskinen, M. Gavalec
- Zaaknummer
C-176/23
- Roepnaam
Raiffeisen Bank
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS980653:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Rechtsbescherming
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2024:443, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 30‑05‑2024
- Wetingang
Essentie
Oneerlijk beding consumentenkredietovereenkomst. Dwingendrechtelijke bepaling. Uitsluiting toetsing.
Wanneer is een beding in een consumentenkredietovereenkomst, waarin een dwingendrechtelijke bepaling van nationaal recht is overgenomen, onderworpen aan toetsing op het oneerlijke karakter daarvan? Verzet art. 3 Richtlijn 93/13/EEG zich tegen nationale rechtspraak waaruit volgt dat er niet kan worden getoetst, ook al is er niet onderhandeld over deze bedingen door de consument?
Samenvatting
In 2007 sluit een consument, UG, een consumentenkredietovereenkomst met SC Raiffeisen Bank SA (de 'Bank'). Hierin staat een beding met een variabel rentepercentage. Drie jaar nadien verstrekt de Bank een addendum, waarmee met name dit ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.