NJB 2025/936
Een ‘onderzoek’ zoals bedoeld in art. 8 lid 5 WVW 1994: daarvan is slechts sprake als de waarborgen zijn nageleefd waarmee de wetgever dat onderzoek met het oog op de betrouwbaarheid van de resultaten daarvan heeft omringd. Het voorschrift van art. 17 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer dat de verdachte schriftelijk in kennis wordt gesteld van het resultaat van het bloedonderzoek en van het recht op tegenonderzoek, betreft een ‘strikte waarborg’. Nu in casu uit de stukken blijkt dat van de verdachte op het moment dat de politie het resultaat van het bloedonderzoek ontving, in de BRP een adres in Polen stond geregistreerd, heeft het hof miskend dat de kennisgeving naar dat adres in Polen had kunnen en moeten worden verzonden. Dat de verdachte op dat moment niet was ingeschreven op een adres in Nederland, leidt daarbij niet tot een ander oordeel.
HR 22-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:643
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
22 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, C.N. Dalebout
- Zaaknummer
23/01605
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Bijzonder strafrecht (V)
Materieel strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:643, Uitspraak, Hoge Raad, 22‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:174, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑02‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑11‑2023
- Wetingang
Essentie
Een ‘onderzoek’ zoals bedoeld in art. 8 lid 5 WVW 1994: daarvan is slechts sprake als de waarborgen zijn nageleefd waarmee de wetgever dat onderzoek met het oog op de betrouwbaarheid van de resultaten daarvan heeft omringd. Het voorschrift van art. 17 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer dat de verdachte schriftelijk in kennis wordt gesteld van het resultaat van het bloedonderzoek en van het recht op tegenonderzoek, betreft een ‘strikte waarborg’. Nu in casu uit de stukken blijkt dat van de verdachte op het moment dat de politie het resultaat van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.