NJB 2022/2707:Getuigenverzoek, art. 414 Sv: de enkele mededeling dat de verdediging ‘geen afstand’ doet van de getuige kan niet als zo’n verzoek worden aangemerkt. Niet horen getuigen en toepassing HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576 inzake beoordeling van de ‘overall fairness’ van de procedure: in casu is de getuige (een medeverdachte) in eerste aanleg gehoord bij de rechter-commissaris in aanwezigheid van de raadsman van de verdachte en vervolgens op de terechtzitting van de rechtbank, terwijl in cassatie niet is aangevoerd dat deze ondervragingsmogelijkheid niet behoorlijk of effectief was. Daarom doet zich niet het geval voor waarin de verdediging niet in enig stadium van het geding een behoorlijke en effectieve gelegenheid heeft gehad om het ondervragingsrecht met betrekking tot deze getuige uit te oefenen, zodat het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces zich niet verzet tegen het gebruik van de verklaringen van deze getuige voor het bewijs. Oogmerk om met een draagbaar radiozendapparaat, i.d.z.v. art. 1.1 onder kk Telecommunicatiewet (zogenaamde ‘jammer’ voor de mobiele communicatie) een misdrijf te plegen als bedoeld in art. 161sexies lid 1 (oud) Sr: in casu kon het hof oordelen dat van zulk ‘oogmerk’ sprake was, vooral erop gelet dat de verdachte gedurende drie tot vier jaar een ‘jammer’ in zijn woning heeft gehad en dat hij zich daarvan bewust is geweest, terwijl de verdachte geen vergunning had voor het gebruik en bezit van een ‘jammer’ en ook niet heeft aangegeven dat hij de ‘jammer’ voor iets anders had dan het onbruikbaar maken dan wel verstoren van telecommunicatie. Schadevergoedingsmaatregelen en duur van de gijzeling, die in casu ten onrechte op in totaal meer dan 360 dagen is bepaald: ingevolge art. 36f lid 5 Sr bepaalt de rechter bij de oplegging van de maatregel de duur volgens welke met toepassing van art. 6:4:20 Sv gijzeling kan worden toegepast. De duur van de gijzeling beloopt – ook in gevallen van samenloop zoals bedoeld in art. 57 en 58 Sr (vgl. art. 60a Sr) – ten hoogste één jaar, waarbij in deze zaak geldt dat onder één jaar 360 dagen moet worden verstaan.