Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/3.2.2
3.2.2 Overgang van de vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS588303:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie hiervóór nr. 15 en 64.
Zie o.a. Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2006, nr. 269. Is evenwel sprake van een natuurlijke verbintenis, dan mist de schuldeiser de bevoegdheid om in rechte nakoming te eisen. Zie hierna nr. 210 en 479.
Dit wordt onder meer bevestigd door art. 6:34 BW en art. 6:130 lid 1 BW.
Zie hierna nr. 139 e.v. respectievelijk nr. 148 e.v.
Zie Kamerstukken II 2003-2004, 28 878, nr. 5, p. 10 (onder nr. 7).
Zie o.a. Salomons 2004, p. 242; Biemans 2004, p. 536-538; Biemans 2006, p. 99-100; Reehuis 2004, nr. 87; Pitlo/Reehuis & Heisterkamp 2006, nr. 269; Van der Weijden 2007, p. 578-580; en Biemans 2008, nr. 2.
66. Een vordering kan, zoals gezegd, gekarakteriseerd worden als een bundel van bevoegdheden.1 De inningsbevoegdheid maakt onderdeel uit van deze bundel en daarmee onderdeel uit van de vordering. Gaat een vordering op een nieuwe schuldeiser over, dan komt de inningsbevoegdheid als onderdeel van deze bundel van bevoegdheden aan de nieuwe schuldeiser toe. De inningsbevoegdheid is inherent aan het schuldeiserschap.2 Vanaf het moment van overgang is de nieuwe schuldeiser bevoegd om in en buiten rechte nakoming te vorderen en betalingen in ontvangst te nemen.3
Deze regel lijdt uitzondering in het geval dat de oude schuldeiser een procedure is begonnen en de vordering tijdens de procedure overgaat. In dat geval is de nieuwe schuldeiser niet van rechtswege bevoegd om als formele procespartij de procedure voort te zetten. Hij wordt daartoe pas bevoegd nadat de oude schuldeiser door de nieuwe schuldeiser als procespartij is vervangen. Dit kan door schorsing van het geding ex art. 225 Rv of door het instellen van een rechtsmiddel.4
67. Omdat de stille cessie goederenrechtelijke werking heeft,5 en daardoor in dat opzicht niet verschilt van andere vormen van overgang van vorderingen, wordt de stille cessionaris vanaf het moment van de stille cessie de nieuwe schuldeiser van de stil gecedeerde vordering. Uit dien hoofde is de stille cessionaris in beginsel ook exclusief inningsbevoegd. Immers, alle bevoegdheden uit het schuldeiserschap gaan door de overgang van de vordering op hem over. De stille cedent is goederenrechtelijk gezien niet méér dan een derde ten opzichte van de stil gecedeerde vordering en aan hem komt om die reden in beginsel niet de inningsbevoegdheid toe.6
Is de stille cedent een procedure begonnen dat geldt ook dat de stille cessionaris niet van rechtswege bevoegd is om als formele procespartij de procedure voort te zetten. Dit procesrechtelijke aspect van de overgang van de vordering sluit goed aan bij het rechtskarakter van de stille cessie. Het komt hieronder nader aan bod in par. 3.5 over de procesbevoegdheid.