Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/11.2.1:11.2.1 Bevoegdheden en verplichtingen
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/11.2.1
11.2.1 Bevoegdheden en verplichtingen
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS591904:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Of tussen de oude en de nieuwe schuldeiser, of tussen de inningsbevoegde derde en de schuldeiser.
In deze inleidende paragraaf wordt alleen in hoofdlijnen op de bevoegdheden en de verplichtingen in de onderlinge rechtsverhouding ingegaan; zij worden niet uitputtend behandeld.
Vgl. M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 656, en art. 3.8.6 lid 3 en 3.8.19 Ontw.BW.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
657. De bevoegdheden en verplichtingen in de onderlinge rechtsverhouding tussen de stille cedent en de stille cessionaris1 hebben niet rechtstreeks betrekking op de stil gecedeerde vordering.2 De bevoegdheden maken geen onderdeel uit van de bevoegdheden die zij ten aanzien van de vordering hebben, zoals besproken in hoofdstukken 3 t/m 9, en moeten daarvan ook worden onderscheiden. Ook de verplichtingen in deze rechtsverhouding gelden niet jegens de schuldenaar, zoals de verplichtingen besproken in par. 10.8. De in dit hoofdstuk te bespreken bevoegdheden en verplichtingen van partijen bestaan alleen jegens elkaar, en maken onderdeel uit van hun rechtsverhouding.3 De bevoegdheden en verplichtingen zijn voor partijen wel indirect van belang voor de verhouding van de desbetreffende partij tot het goed. Bijvoorbeeld, een partij heeft een zorgverplichting jegens de andere partij ten aanzien van het goed, en deze zorgverplichting is voor de andere partij van belang, omdat hij de rechthebbende van het goed is of verwacht te worden. Of een partij heeft de verplichting om bewijsstukken ten aanzien van de vordering aan de andere partij af te leveren, en deze verplichting is voor de andere partij van belang, omdat hij inningsbevoegd is ten aanzien van de vordering en de bewijsstukken nodig heeft om de vordering kunnen innen.
De verplichtingen kunnen worden onderscheiden in twee soorten verplichtingen. De eerste soort verplichtingen zijn de verplichting om de vordering over te dragen, dan wel, meer in het algemeen, de verplichting om de vordering in de macht brengen van de ander ('machtsverschaffing'), alsmede de verplichting om te bewerkstelligen dat de ander zich jegens de schuldenaar en derden als de inningsbevoegde persoon kan presenteren ('publiciteit'). Deze verplichtingen kunnen in de regel door een eenmalige prestatie worden voldaan.
De tweede soort verplichtingen zijn de fiduciaire verplichtingen. De fiduciaire verplichtingen rusten op de derde die bevoegd is ten aanzien van andermans goed jegens de rechthebbende van het goed, en op de huidige rechthebbende van een goed jegens de beoogde verkrijger van dat goed. Deze verplichtingen hebben betrekking op de behartiging van andermans belangen gedurende de periode dat de desbetreffende persoon het goed (nog) onder zich heeft. De verplichtingen omvatten onder meer de zorgverplichting ten aanzien van de vordering, de verplichting om de vordering en de opbrengst afgescheiden te houden en de verplichting om het geïnde af te dragen of uit te keren. De verplichtingen kunnen periodieke verplichtingen zijn, zoals de verplichting om rekening en verantwoording af te leggen, maar ook duurverplichtingen, zoals de zorgverplichtingen.
Beide soorten verplichtingen worden veelal gecomplementeerd door een recht van de andere partij. Dat recht kan zijn een vordering tot betaling van een koopsom, de gerechtigdheid tot (een deel van de opbrengst) en/of een vordering tot betaling van loon en vergoeding van kosten. In de meeste gevallen zijn deze rechten tevens verplichtingen voor de wederpartij.
De bevoegdheden van beide partijen ontstaan als de andere partij zijn verplichtingen niet nakomt. Onder deze bevoegdheden vallen de bevoegdheid om nakoming te vorderen, de bevoegdheid om schadevergoeding te vorderen, de bevoegdheid om op te schorten en de bevoegdheid om de rechtsverhouding te beëindigen.