Totdat het tegendeel is bewezen
Einde inhoudsopgave
Totdat het tegendeel is bewezen (SteR nr. 35) 2018/VIII.5.1:VIII.5.1 Artikel 557 lid 1 Sv: schorsende werking van rechtsmiddelen als uitgangspunt
Totdat het tegendeel is bewezen (SteR nr. 35) 2018/VIII.5.1
VIII.5.1 Artikel 557 lid 1 Sv: schorsende werking van rechtsmiddelen als uitgangspunt
Documentgegevens:
J.H.B. Bemelmans, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
J.H.B. Bemelmans
- JCDI
JCDI:ADS593987:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over het verdragsrecht op die manier § V.3.3.5. Daarop sluit aan dat, zoals in de vorige paragrafen bleek, naar Nederlands recht alleen onherroepelijke veroordelingen in de straftoemeting mogen worden betrokken en grond vormen voor toepassing van dwangmiddelen.
Zie daarover § VI.7.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Heeft de strafrechter de schuld van de verdachte vastgesteld, dan kan hij in zijn vonnis vrijelijk aan de verdachte refereren als dader. De onschuldpresumptie is met de vaststelling van schuld opgehouden te gelden. Definitief is dat echter nog niet. Tegen een veroordeling staan doorgaans rechtsmiddelen open. De gewone rechtsmiddelen – hoger beroep en cassatie – zijn een integraal onderdeel van de Nederlandse strafprocedure. Nadat de veroordelende rechter in eerste aanleg in zijn vonnis de onschuldpresumptie uiteraard niet langer in acht hoeft te nemen, herleeft deze in beroep als het ware.1
In toenemende mate is van belang wat de herleving in appel betekent voor de tenuitvoerlegging van veroordelende vonnissen uit de eerste aanleg. Dadelijke tenuitvoerlegging van een sanctie kan moeilijk anders worden gezien dan als een bejegening als schuldige. Strekt de schuldvaststelling in het vonnis in eerste aanleg zich ook uit over de beslissing en legitimeert dat vonnis derhalve die bejegening? Of verzet de reanimerende kracht die het rechtsmiddel op het onschuldvermoeden uitoefent zich daartegen? Het EHRM heeft in dit opzicht geen duidelijke keuze gemaakt. Het Hof wijkt af van diens overige rechtspraak over de behandelingsdimensie door te oordelen dat het een kwestie van proportionaliteit betreft. Niet iedere vorm van dadelijke tenuitvoerlegging is geoorloofd, maar zolang de dadelijke tenuitvoerlegging van sancties binnen reasonable limits blijft, is deze als zodanig niet in strijd met artikel 6 lid 2 EVRM.2
Pas enkele jaren is de dadelijke tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties voor de Nederlandse strafrechtspleging van wezenlijk belang. Het bij de tenuitvoerlegging in acht te nemen uitgangspunt van de Nederlandse strafrechtspleging is namelijk vervat in artikel 557 lid 1 Sv.3 Geen beslissing mag ten uitvoer worden gelegd zolang deze niet onherroepelijk is geworden. Sinds jaar en dag kent het Nederlandse Wetboek van Strafvordering een dergelijk voorschrift.4 Volgens de literatuur berust het op een tweetal gronden. Directe executie van een vonnis waartegen nog reguliere controlemiddelen openstaan heeft ten eerste als belangrijke negatieve consequentie dat vernietiging de door de tenuitvoerlegging aangerichte schade dikwijls niet kan herstellen.5 De Hullu voegt daar in zijn proefschrift aan toe dat de strafrechter die over een reeds geëxecuteerde veroordeling moet oordelen tot op zekere hoogte voor voldongen feiten staat. Niet denkbeeldig is dat dit in voorkomende gevallen invloed heeft op de rechterlijke oordeelsvorming.6