RvdW 2024/375:Medeplegen schuldwitwassen van perceel grond en zomerhuis in Turkije (art. 420quater lid 1 sub a Sr). Afwijzing van getuigenverzoek op de grond dat hof in strafzaken van verdachte en medeverdachten gelijktijdig uitspraak wil doen en horen van getuige in Turkije ervoor zou zorgen dat afdoening van die strafzaken langer op zich zou laten wachten. Aannemelijk dat getuige niet binnen aanvaardbare termijn kan worden gehoord a.b.i. art. 288 lid 1 sub a Sv? Bewezenverklaring steunt onder meer op bewijsmiddelen waarin uitlatingen zijn opgenomen die getuige heeft gedaan tijdens heimelijk afgeluisterde gesprekken. Bij toepassing van art. 288 lid 1 sub a Sv staat vraag voorop of het mogelijk is getuige binnen afzienbare termijn te (doen) horen (vgl. NJ 2022/156). Hof heeft aan oordeel dat het onaannemelijk is dat getuige binnen aanvaardbare termijn kan worden gehoord in de kern ten grondslag gelegd dat het in strafzaken van verdachte en medeverdachten gelijktijdig uitspraak wil doen en dat horen van getuige ervoor zou zorgen dat definitieve afdoening in alle strafzaken langer op zich zou laten wachten. Dat oordeel is niet z.m. begrijpelijk, nu uit p-v van Rh-C volgt dat (i) getuige ruim een maand voorafgaand aan deze beslissing traceerbaar en beschikbaar was voor verhoor, maar dat verhoor t.g.v. misverstand niet is doorgegaan en (ii) Turkse autoriteiten en getuige bereid waren mee te werken aan nieuwe datum voor verhoor. Volgt vernietiging en terugwijzing.