NJB 2024/1799
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Oproeping. Hoge Raad: Uit de overwegingen van de rechtbank blijkt niet of betrokkene behoorlijk is opgeroepen en evenmin of betrokkene daadwerkelijk bekend was met de tijd en de plaats van de mondelinge behandeling.
HR 06-09-2024, ECLI:NL:HR:2024:1140
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 september 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
24/01489
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Civiel recht algemeen (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1140, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑09‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:712, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑03‑2024
- Wetingang
(art. 6:1 Wvggz)
Essentie
Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Oproeping. Hoge Raad: Uit de overwegingen van de rechtbank blijkt niet of betrokkene behoorlijk is opgeroepen en evenmin of betrokkene daadwerkelijk bekend was met de tijd en de plaats van de mondelinge behandeling.
Partij(en)
Betrokkene, adv. mr. F.W.E. Eijsvogels, vs. de officier van justitie, niet verschenen.
Uitspraak
Procesverloop
In deze procedure heeft de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor een periode van twaalf maanden. De rechtbank heeft geoordeeld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de verblijfplaats van betrokkene onduidelijk is, dat betrokkene onbereikbaar is voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.