NJB 2021/995:Recht op behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging van een getuige, art. 6 EVRM: de Hoge Raad herhaalt de arresten HR 6 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1017, en HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1016. In casu heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat de uitoefening van het ondervragingsrecht met zekere beperkingen gepaard is gegaan. De omstandigheid dat de verdediging in de met de onderhavige strafzaak samenhangende ontnemingszaak enige vragen heeft kunnen stellen die relevant zijn voor het bewijs van de betrokkenheid van de verdachte bij de in de strafzaak bewezenverklaarde feiten, is naast de aanwezigheid van het steunbewijs een relevante factor bij de toetsing aan art. 6 EVRM. In casu kon het hof oordelen dat de bewezenverklaarde feiten niet in beslissende mate op de verklaring van de getuige (een medeverdachte) zijn gebasseerd