V-N 2019/58.19.6
Identiteitsfraude bij openen buitenlandse bankrekening niet aannemelijk
HR 13-09-2019, ECLI:NL:HR:2019:1316
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 september 2019
- Zaaknummer
19/00892
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Bewijs
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1316, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑09‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑09‑2019
- Wetingang
art. 16 lid 4 en art. 27e AWR
Essentie
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt in navolging van Rechtbank Noord-Nederland dat X tevergeefs ontkent bankrekeningen bij de KB Lux te hebben aangehouden. X stelt dat er sprake is van identiteitsfraude – iemand anders zou op naam van hem en zijn toenmalige partner de bankrekening in Luxemburg hebben geopend – maar in navolging van de civiele kamer van dit hof acht ook de belastingkamer het relaas van X niet geloofwaardig. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).
Samenvatting
De inspecteur legt met toepassing van de verlengde navorderingstermijn aan X navorderingsaanslagen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.