NJB 2024/75
Ontzetting van het recht bepaalde beroepen uit te oefenen, art. 28 lid 1 Sr: de mogelijkheid daartoe bestaat in de bij de wet bepaalde gevallen en als het strafbare feit is begaan in de uitoefening van dat beroep. Deze ontzetting moet betrekking hebben op het recht op uitoefening van een beroep dat in voldoende verband staat met het beroep waarin het strafbaar feit is begaan. In casu – waarin het gaat om overtredingen van art. 235 lid 1 Sr – kon het hof oordelen dat de verdachte de strafbare feiten heeft begaan in de uitoefening van het beroep van notarieel medewerker, maar het hof heeft de ontzetting te breed getrokken voor zover die betrekking heeft op het anderszins verrichten van werkzaamheden op een notariskantoor. De Hoge Raad doet de zaak zelf af.
HR 19-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1767
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 december 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
22/00793
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1767, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:915, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 31‑10‑2023
- Wetingang
Essentie
Ontzetting van het recht bepaalde beroepen uit te oefenen, art. 28 lid 1 Sr: de mogelijkheid daartoe bestaat in de bij de wet bepaalde gevallen en als het strafbare feit is begaan in de uitoefening van dat beroep. Deze ontzetting moet betrekking hebben op het recht op uitoefening van een beroep dat in voldoende verband staat met het beroep waarin het strafbaar feit is begaan. In casu – waarin het gaat om overtredingen van art. 235 lid 1 Sr – kon het hof oordelen dat de verdachte de strafbare feiten heeft begaan in de uitoefening van het ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.