NJB 2024/77
Het recht op demonstratie in art. 11 EVRM en een veroordeling wegens het tijdens een demonstratie onbruikbaar maken van een trap bij het Shell hoofdkantoor door op die trap een zwarte, op olie gelijkende vloeistof te gieten, art. 350 Sr: uiteenzetting van relevante rechtspraak van het EHRM over art. 11 EVRM. Kort gezegd is het uitgangspunt dat elke demonstratie een zekere mate van ‘disruption to ordinary life’ met zich kan brengen, en dat zo’n verstoring op zichzelf nog niet voldoende is om een beperking te rechtvaardigen van het recht op vreedzame vergadering, maar dat wil niet zeggen dat elk strafrechtelijk optreden vanwege de verdenking van iemand van een strafbaar feit dat in relatie tot een demonstratie plaatsvindt tot een schending leidt van art. 10 en/ of 11 EVRM. Van belang is of diegene zelf een ‘reprehensible act’ (laakbare gedraging) pleegt tijdens de demonstratie. In casu kon het hof oordelen dat de verdachte een ‘reprehensible act’ pleegde, waartegen strafrechtelijk optreden geboden was. Met de oplegging van een geheel voorwaardelijke geldboete van € 350, heeft het hof gewaarborgd dat de bestraffing proportioneel is en niet zo ingrijpend is dat daarvan een ‘chilling effect’ uitgaat op personen die door deelname aan een protestactie gebruik willen maken van hun recht op vrijheid van meningsuiting en van hun recht op vrijheid van vergadering. Geen strijd met de art. 10 en 11 EVRM.
HR 19-12-2023, ECLI:NL:HR:2023:1742
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 december 2023
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, M. Kuijer, C. Caminada, T. Kooijmans
- Zaaknummer
22/00882
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1742, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑12‑2023
ECLI:NL:PHR:2023:815, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑09‑2023
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑12‑2022
- Wetingang
Essentie
Het recht op demonstratie in art. 11 EVRM en een veroordeling wegens het tijdens een demonstratie onbruikbaar maken van een trap bij het Shell hoofdkantoor door op die trap een zwarte, op olie gelijkende vloeistof te gieten, art. 350 Sr: uiteenzetting van relevante rechtspraak van het EHRM over art. 11 EVRM. Kort gezegd is het uitgangspunt dat elke demonstratie een zekere mate van ‘disruption to ordinary life’ met zich kan brengen, en dat zo’n verstoring op zichzelf nog niet voldoende is om een beperking te rechtvaardigen van het recht op vreedzame vergadering, maar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.