Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/9.2.2.3
9.2.2.3 Opzegging en vemietiging door de oude schuldeiser
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS591882:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. T.M., Parl. Gesch. Boek 6, p. 584-586; Losbladige Verbintenissenrecht 2004 (A.I.M. van Mierlo ), art. 6:142, aant. 21. Door de overgang van de vordering verwerkt de oude schuldeiser niet (per definitie) zijn bevoegdheid tot vemietiging als hij de vordering overdraagt nadat hij op de hoogte is geraakt van het rechtsfeit dat een vernietiging rechtvaardigt. Anders: Schoordijk 1958, p. 30-31.
Vgl. Wiarda 1937, p. 256; Asser/Mijnssen & De Haan 3-I 2006, nr. 283; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-I* 2008, nr. 119.
510. Voor de bevoegdheid tot opzegging geldt grotendeels hetzelfde als voor de bevoegdheid tot ontbinding. Tenzij de bevoegdheid tot opzegging als een nevenrecht van rechtswege met de vordering overgaat, blijft de bevoegdheid bij de oude schuldeiser. De verhuurder, de werknemer enz. blijven derhalve bevoegd tot opzegging van de overeenkomst. De (dogmatische) vragen die bij ontbinding spelen, spelen hier in mindere mate. Voor opzegging is bijvoorbeeld geen tekortkoming van de schuldenaar vereist (vgl. hiervoor de dogmatische constructie van Wiarda). Door de opzegging gaat de overgegane vordering bovendien niet teniet, waardoor de nieuwe schuldeiser van een bestaande vordering door de opzegging niet wordt benadeeld. Door de opzegging ontstaan geen nieuwe geldvorderingen, zoals nieuwe huurtermijnen of nieuwe loonvorderingen. Zijn deze relatief toekomstige vorderingen bij voorbaat geleverd (art. 3:97 jo 3:94 BW), dan zal de (beoogde) nieuwe schuldeiser deze door de opzegging niet verkrijgen. Heeft de oude schuldeiser deze toekomstige vorderingen verkocht, dan pleegt hij jegens de nieuwe schuldeiser wanprestatie, omdat hij niet aan zijn verplichting tot overdracht voldoet (art. 7:9 lid 1 jo 7:47 jo 6:74 BW).
511. De oude schuldeiser blijft ook bevoegd tot vernietiging van de overeenkomst. De bevoegdheid heeft betrekking op de gehele rechtsverhouding, omdat zij ertoe strekt deze te beëindigen.1 De oude schuldeiser is bovendien de partij bij de rechtshandeling; de vernietigingsgrond is veelal in zijn belang toegekend en om die reden ook aan zijn persoon verbonden.2