NJB 2024/2150:Uitreiking dagvaarding: de Hoge Raad zet uiteen wanneer de rechter in hoger beroep de dagvaarding in eerste aanleg nietig moet verklaren en wanneer dit achterwege kan blijven. In casu is niet gebleken dat de dagvaarding in eerste aanleg conform art. 36e lid 1, aanhef en onder b sub 2°, Sv is uitgereikt op het verblijfsadres van de verdachte. Het kennelijke oordeel van het hof dat de dagvaarding in eerste aanleg rechtsgeldig is betekend is onjuist. Ook ’s hofs oordeel dat de zaak niet behoefde te worden teruggewezen naar de politierechter, omdat de verdachte op de terechtzitting in hoger beroep had kunnen verschijnen om zijn verhaal te doen maar ervoor heeft gekozen daarvan af te zien, is onjuist. Daartoe is mede van belang dat de door de verdachte uitdrukkelijk gemachtigde raadsman op de terechtzitting in hoger beroep heeft geklaagd over de betekening van de dagvaarding in eerste aanleg en heeft verzocht om terugwijzing van de zaak.