NJB 2024/1655:Verzoek tot aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting door raadsman: herhaling in iets andere bewoordingen van HR 12 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1737. In casu heeft het hof niet geoordeeld dat de aan het verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid dat de verdachte niet op de terechtzitting kon verschijnen omdat hij geen vrij kon krijgen van zijn werk, niet aannemelijk is. Het hof heeft ook geen blijk gegeven van de bij aanhoudingsverzoeken vereiste belangenafweging. De afwijzing van het aanhoudingsverzoek is niet toereikend gemotiveerd. Procedure na terugwijzing door Hoge Raad in het geval het succesvolle cassatieberoep niet is gericht tegen een beslissing van het hof over de vordering van een benadeelde partij: bij een dergelijke – toelaatbare – beperking van het cassatieberoep zal de Hoge Raad de uitspraak van het hof vernietigen met uitzondering van de beslissing over de vordering van die benadeelde partij. Na terugwijzing is die vorderingen daarom niet meer aan de orde. Dat sluit overigens niet de mogelijkheid uit dat het hof na terugwijzing ten behoeve van deze benadeelde partij een schadevergoedingsmaatregel oplegt.