Belastingblad 2025/384
Matiging van de proceskostenvergoeding op grond van art. 2 lid 2 BPB. De A-G gaat in op de grenzen van de bevoegdheid tot matiging indien de belanghebbende gedeeltelijk in het gelijk is gesteld. Volgens de A-G is matiging mogelijk in dit geval, waarin belanghebbende uitsluitend in het gelijk is gesteld met betrekking tot de schending van art. 40 lid 2 Wet WOZ.
HR (Parket) 29-08-2025, ECLI:NL:PHR:2025:907
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
29 augustus 2025
- Zaaknummer
24/04263
25/02185
25/02191
- Conclusie
A-G M.R.T. Pauwels
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Proceskostenvergoeding
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 20‑03‑2026
ECLI:NL:HR:2026:460, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑03‑2026
ECLI:NL:HR:2026:457, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑03‑2026
ECLI:NL:HR:2026:283, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:994, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑08‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:908, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑08‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:909, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑08‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:907, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 29‑08‑2025
Essentie
Matiging van de proceskostenvergoeding op grond van art. 2 lid 2 BPB. De A-G gaat in op de grenzen van de bevoegdheid tot matiging indien de belanghebbende gedeeltelijk in het gelijk is gesteld. Volgens de A-G is matiging mogelijk in dit geval, waarin belanghebbende uitsluitend in het gelijk is gesteld met betrekking tot de schending van art. 40 lid 2 Wet WOZ.
Conclusie
Conclusie
In de zaak van
[X] (belanghebbende)
tegen
het hoofd van de Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid
1. Inleiding en overzicht
1.1
In cassatie draait het in deze zaak om ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.