NJB 2024/2041:Geven van inlichtingen door rechtbanken, gerechtshoven en presidenten wanneer die door de Hoge Raad voor de behandeling van een zaak noodzakelijk worden geacht, art. 83 RO: deze bevoegdheid van de Hoge Raad om inlichtingen in te winnen kan worden benut om na te gaan of in het dossier ontbrekende stukken zich nog bij het gerecht bevinden. Die bevoegdheid strekt er echter niet toe de feitenrechter te verzoeken om stukken die niet zijn opgemaakt, alsnog op te maken en in te sturen. Het gerecht mag in het informatieverzoek niet aanleiding vinden om – op eigen initiatief – het ontbrekende stuk alsnog op te maken. Het vorenstaande sluit niet de mogelijkheid uit dat, als vaststaat dat een bepaald stuk ontbreekt of onvolledig is, de Hoge Raad het verzoek aan de feitenrechter doet om alsnog dat stuk op te maken of aan te vullen. Van die mogelijkheid wordt alleen in bijzondere gevallen gebruikgemaakt. In casu doet zich zo’n bijzonder geval voor. De Hoge Raad stelt de rechtbank in de gelegenheid het proces-verbaal van de behandeling van het uitleveringsverzoek in overeenstemming met de wettelijke eisen op te maken. Na ontvangst daarvan zal de raadsman van de opgeëiste persoon in de gelegenheid worden gesteld om een aanvullende schriftuur met cassatiemiddelen in te dienen.