Aldus de aantekening van het mondeling arrest behorend bij het proces-verbaal terechtzitting. In die aantekening staat tevens vermeld: “In het dictum van de aantekening van het op 28 juni 2Ö22 mondeling gewezen arrest is abusievelijk het vonnis waarvan beroep vernietigd. Het hof herstelt deze misslag.”
HR, 17-12-2024, nr. 22/02652
ECLI:NL:HR:2024:1731
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17-12-2024
- Zaaknummer
22/02652
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:1731, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑12‑2024; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2024:1047
ECLI:NL:PHR:2024:1047, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 15‑10‑2024
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:1731
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2024-0330
Uitspraak 17‑12‑2024
Inhoudsindicatie
Vernieling (art. 350.1 Sr). Bewijsklacht. Enkelvoudige kamer hof heeft bij mondeling arrest vonnis Pr bevestigd, art. 359.3, 378.2 en 378a Sv en art. 1 Regeling aantekening mondeling vonnis. Uit ‘aantekening mondeling vonnis’ a.b.i. art. 378a Sv (stempelvonnis) volgt dat verdachte voor vernieling is veroordeeld tot o.m. geldboete van € 325. Bij de stukken bevindt zich niet p-v van tz. in eerste aanleg waarin o.g.v. art. 378.2 Sv mondeling vonnis Pr is aangetekend. ‘Aantekening mondeling vonnis’ Pr bevat ook niet bewijsvoering. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2016:2026 m.b.t. eisen aan inhoud van aantekening mondeling vonnis of arrest. Omdat ‘aantekening mondeling vonnis’ Pr niet bewijsvoering bevat, kan HR niet beoordelen of bewezenverklaring toereikend is gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 22/02654.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/02652
Datum 17 december 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 28 juni 2022, nummer 23-000653-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte ] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Oldenhof, advocaat in Den Haag, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt, mede in het licht van een door de verdediging gevoerd verweer, over de motivering van de bewezenverklaring.
2.2
De enkelvoudige kamer van het hof heeft bij mondeling arrest het vonnis van de politierechter bevestigd. Uit de ‘aantekening mondeling vonnis’ als bedoeld in artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) (stempelvonnis) volgt dat de verdachte voor, kort gezegd, vernieling is veroordeeld tot onder meer een geldboete van € 325. Bij de stukken bevindt zich niet een proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg waarin op grond van artikel 378 lid 2 Sv het mondeling vonnis van de politierechter is aangetekend. De ‘aantekening mondeling vonnis’ van de politierechter bevat ook niet de bewijsvoering.
2.3
In zijn arrest van 6 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2026, heeft de Hoge Raad onder meer overwogen:
“2.2.1. De aantekening van een mondeling vonnis van de politierechter dient ingevolge art. 378, tweede lid, Sv te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Regeling aantekening mondeling vonnis door politierechter, kinderrechter, economische politierechter, de kantonrechter en de enkelvoudige kamer voor behandeling van strafzaken in hoger beroep van 2 oktober 1996 (Stcrt. 1996, 197) (hierna: de Regeling).
- Art. 1 van de Regeling houdt in dat de aantekening van een mondeling vonnis van de politierechter in geval van bewezenverklaring onder meer de navolgende gegevens dient te bevatten:
“b. alle gebezigde bewijsmiddelen en andere gronden voor de bewezenverklaring, alsmede vermelding van de redengevende feiten en omstandigheden, voor de beslissing dat het (de) feit(en) door de verdachte(n) is (zijn) begaan (voor de inhoud van de bewijsmiddelen kan worden verwezen naar het proces-verbaal van de terechtzitting en andere processtukken. Indien niet de gehele inhoud voor het bewijs is gebezigd, dan aangeven welk deel wel is gebruikt).”
- Art. 3 van de Regeling houdt wat betreft de uitspraak van de enkelvoudige kamer voor de behandeling van strafzaken in hoger beroep onder meer het volgende in:
“b. beslissing omtrent het vonnis waartegen hoger beroep is ingesteld (gehele of gedeeltelijke bevestiging/gehele of gedeeltelijke vernietiging);
(...)
d. inhoud van de bewijsmiddelen, voor zover deze tot het bewijs van het (de) tenlastegelegde feit(en) dient, alsmede vermelding van de redengevende feiten en omstandigheden, voor de beslissing dat het (de) feit(en) door de verdachte(n) is (zijn) begaan (voor de inhoud van de bewijsmiddelen kan worden verwezen naar het proces-verbaal van de terechtzitting en andere processtukken. Indien niet de gehele inhoud voor het bewijs is gebezigd, dan aangeven welk deel wel is gebruikt).”
2.2.2.
Art. 359, derde lid, Sv luidt:
“De beslissing dat het feit door de verdachte is begaan, moet steunen op de inhoud van in het vonnis opgenomen bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Voor zover de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend, kan een opgave van bewijsmiddelen volstaan, tenzij hij nadien anders heeft verklaard dan wel hij of zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit.”
2.2.3.
“1. Het gerechtshof kan het vonnis hetzij geheel bevestigen, hetzij gedeeltelijk bevestigen en gedeeltelijk vernietigen, hetzij geheel vernietigen. Het gerechtshof bevestigt het vonnis geheel hetzij met gehele of gedeeltelijke overneming hetzij met aanvulling of verbetering van gronden. Ingeval het vonnis geheel of gedeeltelijk wordt vernietigd, doet het gerechtshof wat de rechtbank had behoren te doen, behoudens terugwijzing op grond van het tweede lid.
3. In geval vernietiging van het vonnis is het gerechtshof niettemin bevoegd bepaalde gedeelten daarvan in zijn arrest over te nemen.”
“2. De enkelvoudige kamer geeft na sluiting van het onderzoek op de terechtzitting hetzij onmiddellijk hetzij diezelfde dag op een door haar bij de sluiting van het onderzoek te bepalen uur mondeling arrest.
3. Het arrest wordt in het proces-verbaal van de terechtzitting aangetekend op de wijze door Onze Minister van Veiligheid en Justitie te bepalen: (...)”
(...)
Bevestiging en vernietiging van een mondeling vonnis bij mondeling arrest
2.5.
Indien de enkelvoudige kamer van het hof mondeling arrest wijst, mag de aantekening van het mondeling arrest wat betreft de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen – in overeenstemming met de Regeling – verwijzen naar het proces-verbaal van de terechtzitting en/of andere processtukken, ongeacht of het geval als bedoeld in de tweede volzin van het derde lid van art. 359 Sv zich voordoet. Deze verwijzing kan, ook in geval van vernietiging van het mondeling vonnis bij mondeling arrest, zowel het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg als het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep betreffen.”
2.4
Omdat de ‘aantekening mondeling vonnis’ van de politierechter niet de bewijsvoering bevat, kan de Hoge Raad niet beoordelen of de bewezenverklaring toereikend is gemotiveerd.
2.5
Het cassatiemiddel slaagt.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2024.
Conclusie 15‑10‑2024
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Veroordeling wegens ‘zaaksvernieling’ (art. 350 Sr). De klacht houdt in dat het hof het verweer van de verdediging, dat er feitelijk maar één getuige is die verklaart dat het de verdachte is geweest die het feit gepleegd heeft, onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen. De bwijsmiddelen die het hof voor het bewijs heeft gebruikt ontbreken in/bij het arrest van het hof. De uitspraak van het hof voldoet daarom niet aan het vereiste van art. 359 lid 3 Sv en kan volgens de AG dan ook niet in stand blijven. De conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/02652
Zitting 15 oktober 2024
CONCLUSIE
E.J. Hofstee
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte
Inleiding
1. Bij arrest van 28 juni 2022 heeft het gerechtshof Den Haag, zitting houdend in Amsterdam, zich verenigd met het vonnis van de politierechter in de rechtbank van Den Haag van 24 maart 2021.1.De verdachte is derhalve wegens ‘zaaksvernieling’2.veroordeeld tot een geldboete van € 325,00, subsidiair zes dagen hechtenis. Voorts is de vordering van de benadeelde partij toegewezen tot het bedrag van € 791,27 en aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in art. 36f Sr opgelegd, een en ander zoals nader bepaald in het vonnis.
2. Er bestaat samenhang met de zaak 22/02654. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen.
3. Namens de verdachte heeft H. Oldenhof, advocaat in 's‑Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.
Het cassatiemiddel en de bespreking daarvan
Het middel
4. Het middel behelst onder meer de klacht dat het hof het verweer van de verdediging dat er feitelijk maar één getuige is die verklaart dat het de verdachte is geweest die het feit gepleegd heeft, onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen. Ik begrijp dat de verdachte ontkent het hem tenlastegelegde feit te hebben begaan.
Beoordeling van het middel
5. Noch de aantekening mondeling vonnis van de politierechter,3.noch de aantekening mondeling arrest van het hof bevat de voor het bewijs van het tenlastegelegde feit gebezigde bewijsmiddelen. Ook bevindt zich bij de stukken van het geding niet een aanvulling als bedoeld in art. 365a lid 2 Sv met daarin de bewijsmiddelen die voor het bewijs zijn gebruikt.
Slotsom
7. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG