NJB 2025/19:Mondeling arrest door enkelvoudige kamer hof: de aantekening van het mondeling arrest mag wat betreft de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen – in overeenstemming met de Regeling – verwijzen naar het proces-verbaal van de terechtzitting en/of andere processtukken, ongeacht of het geval als bedoeld in art. 359 lid 3, tweede volzin, Sv zich voordoet. Deze verwijzing kan, ook in geval van vernietiging van het mondeling vonnis bij mondeling arrest, zowel het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg als het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep betreffen. Omdat de ‘aantekening mondeling vonnis’ van de politierechter in casu niet de bewijsvoering bevat, kan de Hoge Raad niet beoordelen of de bewezenverklaring toereikend is gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.