NJB 2025/937:Aanhoudingsverzoek en aanwezigheidsrecht van verdachte die niet naar Nederland kon komen vanwege het niet kunnen voldoen aan een door de staat voor visumverlening vereiste garantstelling, art. 6 EVRM: de Hoge Raad herhaalt het toepasselijke kader uit HR 12 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1737 in iets andere bewoordingen. In casu kon het hof oordelen dat ‘inmiddels het moment was gekomen dat het strafvorderlijk en maatschappelijk belang – het belang dat de samenleving heeft bij een doeltreffende en spoedige behandeling van de zaak – zwaarder weegt dan het belang van de verdachte bij het uitoefenen van zijn aanwezigheidsrecht’.