NJ 2021/155
Verlating grondslag vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf.
HR 06-04-2021, ECLI:NL:HR:2021:400
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
6 april 2021
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, A.L.J. van Strien, A.E.M. Röttgering
- Zaaknummer
20/01218
- Conclusie
A-G mr. B.F. Keulen
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS267766:1
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Sancties
Strafprocesrecht / Tenuitvoerlegging
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:400, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 06‑04‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:142, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 16‑02‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑08‑2020
- Wetingang
Art. 14g, 14i (oud) Sr; art. 6:6:4, 6:6:21 Sv
Essentie
Verlating grondslag vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf, door die toe te wijzen wegens begaan feit B, terwijl vordering betrekking had op feit A.
Samenvatting
De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde straf wegens overtreding van de algemene voorwaarde had betrekking op zaak A. Het hof spreekt vrij van het feit in zaak A, veroordeelt ter zake de gevoegde zaak B en beveelt de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf op de grond dat verdachte het in zaak B bewezenverklaarde feit heeft begaan. Het OM kan, ook in hoger beroep, wijziging brengen in de vordering tot tenuitvoerlegging van een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.