RvdW 2026/131:Mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg door ander met bierpul tegen zijn hoofd te slaan, art. 300 lid 2 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat strekt tot vrijspraak, art. 359 lid 2 Sv. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ’s Hofs feitelijke oordeel dat geen sprake is geweest van persoonswisseling, is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Hof heeft zijn oordeel gegrond op verklaringen van 3 getuigen (aangever, zijn vriendin en andere vriendin) die (op hoofdlijnen) hetzelfde hebben verklaard over persoon die aangever met bierpul heeft geslagen, terwijl verklaring van getuige (waarin zij uiterlijk kenmerk van verdachte beschrijft) ook bevestiging vindt in eigen waarneming van hof. Hof heeft in zijn oordeel bovendien meegewogen dat het geen reden heeft om te twijfelen aan juistheid en betrouwbaarheid van inhoud van gebruikte bewijsmiddelen. Aan begrijpelijkheid van ’s hofs oordeel doet niet af dat verdachte in geen van de door verdediging in eerste aanleg overgelegde getuigenverklaringen (welke kennelijk door vrienden van verdachte na incident zijn opgemaakt) wordt aangewezen als verantwoordelijk voor letsel van aangever. Volgt verwerping.