NJB 2026/16:Bevestiging mondeling ontnemingsvonnis in hoger beroep: • Schatting wederrechtelijk verkregen voordeel art. 511f Sv: ingevolge deze bepaling kan die schatting slechts worden ontleend aan wettige bewijsmiddelen. Volgens art. 511e lid 1 Sv (in eerste aanleg) en art. 511g lid 2 Sv (in hoger beroep) is op de ontnemingsuitspraak art. 359 lid 3 Sv van overeenkomstige toepassing. Die uitspraak moet dus met voldoende nauwkeurigheid de bewijsmiddelen vermelden waaraan de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is ontleend met weergave van de inhoud daarvan, voor zover die de voor die schatting redengevende feiten en omstandigheden bevatten. • Als de meervoudige kamer van het hof een mondeling vonnis bevestigt dat in het proces-verbaal van de terechtzitting is aangetekend en dat wat betreft de inhoud van de gebruikte bewijsmiddelen – conform de Regeling aantekening mondeling vonnis (Stcrt. 1996, 197) – verwijst naar het procesverbaal van de terechtzitting en/of andere processtukken, is het hof niet gehouden de inhoud van die stukken alsnog in zijn uitspraak op te nemen. Uit art. 359 lid 3 Sv volgt echter dat met zo’n opgave niet kan worden volstaan als op de terechtzitting van de meervoudige kamer in hoger beroep door de verdediging de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is betwist en in verband daarmee gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering is bepleit.