Totdat het tegendeel is bewezen
Einde inhoudsopgave
Totdat het tegendeel is bewezen (SteR nr. 35) 2018/IV.4.2:IV.4.2 Behandeling als schuldig aan een strafbaar feit
Totdat het tegendeel is bewezen (SteR nr. 35) 2018/IV.4.2
IV.4.2 Behandeling als schuldig aan een strafbaar feit
Documentgegevens:
J.H.B. Bemelmans, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
J.H.B. Bemelmans
- JCDI
JCDI:ADS598622:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De strafrechtelijke aard van het vermoeden van onschuld bakent de door het onschuldvermoeden beroerde bejegeningswijzen verder af. Hoewel in beginsel elke juridische procedure serieus moet worden genomen en omzeiling of ondermijning van dat proces dus onwenselijk is, zijn er diverse redenen om de behandelingsdimensie te beperken tot die handelingen die het strafrecht raken.1 Vooral in de strafrechtelijke sfeer, daar waar de overheid punitief optreedt of wenst op te treden, zijn immer tendensen aanwezig om op die wens vooruit te lopen of daaraan gevolg te geven ongeacht de uitkomst van de procedure. Zowel historisch, als in de huidige mensenrechtenverdragen is de onschuldpresumptie dan ook een strafrechtelijk principe dat de uitkomst van de strafprocedure beschermt.2 De ontoelaatbare bejegeningswijzen betreffen derhalve niet iedere behandeling als schuldige aan enige gebeurtenis, maar behandeling als schuldige aan een strafbaar feit.
Het dilemma is in dezen vooral in hoeverre een bejegeningswijze een concreet strafbaar feit moet betreffen. Vooral bij uitlatingen is niet altijd evident in hoeverre zij op een strafbaar feit betrekking hebben. Een te strikte benadering vormt een tamelijk forse beperking van de mogelijkheden het publiek van informatie over strafzaken te voorzien. Bovendien komen de exclusiviteit van de procedure als middel tot schuldvaststelling en de openheid van die procedure minder in het gedrang naarmate de aanduidingen algemener van aard zijn. Van een ongeoorloofde bejegening als schuldige kan anderzijds echter niet uitsluitend sprake zijn wanneer de uitlatingen of handelingen concretiseren welk strafbaar feit is begaan, welke bestanddelen daarvan zijn vervuld en welke juridische kwalificatie daaraan moet worden verbonden. Dat zou het verbod op bejegening als schuldige denkbeeldig maken. Of de gewraakte bejegening een omzeiling en/of ondermijning van de voor schuldvaststelling noodzakelijke procedure oplevert, is derhalve sterk contextafhankelijk. Iemand die eerder is veroordeeld voor strafbare feiten aanduiden als ‘crimineel’ of ‘misdadiger’, zegt bijvoorbeeld minder over zijn schuld aan het actuele strafbare feit, dan wanneer hetzelfde wordt gezegd over iemand met een blanco strafblad.