Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/94
Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter lid 1 Sr jo. art. 420bis lid 1 sub b Sr). Bewijsklachten. 1. Is oordeel van hof dat hypothecaire geldlening van € 450.000 is verkregen door gebruik van valse werkgeversverklaring en valse arbeidsovereenkomst toereikend gemotiveerd? 2. Is dit oordeel verenigbaar met onherroepelijke vrijspraak door Rb van tlgd. oplichting? Ad 1. Hof heeft vastgesteld dat mededader in 2005 voor bedrag van € 750.000 woonboerderij heeft gekocht en dat mededader samen met verdachte op 15 december 2005 bij bank hypothecaire lening heeft afgesloten van € 450.000. Voor aanvraag van die lening is gebruik gemaakt van 2 arbeidsovereenkomsten van mededader bij bedrijf en werkgeversverklaring van vennootschap die ook mededader betrof. Hof heeft geoordeeld dat deze arbeidsovereenkomsten en deze werkgeversverklaring valselijk zijn opgemaakt en dat hypothecaire geldlening van € 450.000, waarmee pand voor belangrijk gedeelte is gefinancierd, is verkregen door gebruik van deze valse geschriften. ’s Hofs hierop gebaseerde oordeel dat dit geld van eigen misdrijf afkomstig is en is aangewend ter financiering van aanschaf van pand is toereikend gemotiveerd. Ad 2. Middel beroept zich erop dat ’s hofs oordeel niet verenigbaar is met de door Rb gegeven vrijspraak van oplichting van bank, omdat naar oordeel van Rb door ontbreken van aangifte van bank onvoldoende vaststaat of zij door verdachte is ‘bewogen tot’ verstrekking van hypotheek. Hof heeft verdachte n-o verklaard in hoger beroep v.zv. dat is gericht tegen vrijspraak van tlgd. oplichting van bank. Cassatieberoep van verdachte is niet gericht tegen deze beslissing van hof. Daarom is vrijspraak van tlgd. oplichting door Rb niet aan oordeel van HR onderworpen. Of motivering door hof van bewezenverklaard medeplegen gewoontewitwassen verenigbaar is met de voor die vrijspraak gegeven motivering kan dan ook niet in cassatie worden getoetst (vgl. HR 29 september 2009, NJ 2010/117, m.nt. N. Keijzer). Volgt verwerping. Samenhang met RvdW 2026/95.
HR 09-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1866
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
9 december 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, R. Kuiper
- Zaaknummer
23/01646
- Conclusie
A-G mr. P.H.P.H.M.C. van Kempen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1866, Uitspraak, Hoge Raad, 09‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:942, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑09‑2025
Essentie
Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter lid 1 Sr jo. art. 420bis lid 1 sub b Sr). Bewijsklachten. 1. Is oordeel van hof dat hypothecaire geldlening van € 450.000 is verkregen door gebruik van valse werkgeversverklaring en valse arbeidsovereenkomst toereikend gemotiveerd? 2. Is dit oordeel verenigbaar met onherroepelijke vrijspraak door Rb van tlgd. oplichting? Ad 1. Hof heeft vastgesteld dat mededader in 2005 voor bedrag van € 750.000 woonboerderij heeft gekocht en dat mededader samen met verdachte op 15 december 2005 bij bank hypothecaire lening heeft afgesloten van € 450.000. Voor aanvraag van die lening is gebruik gemaakt van 2 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.