NJB 2022/19
Beoordeling in cassatie van uitleveringszaken en de betekenis daarbij van HR 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:507 (ambtshalve beperking van het cassatieberoep wat betreft vrijspraken niet langer het uitgangspunt): in uitleveringszaken pleegt de Hoge Raad het door de opgeëiste persoon zonder enige beperking ingestelde cassatieberoep op te vatten als niet te zijn gericht tegen de partiële ontoelaatbaarverklaring van de verzochte uitlevering; daarin heeft het voormelde, op samengestelde tenlasteleggingen gerichte arrest geen verandering gebracht.
HR 07-12-2021, ECLI:NL:HR:2021:1835
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
7 december 2021
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend, M.J. Borgers
- Zaaknummer
21/03217
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Internationaal strafrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2021:1835, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 07‑12‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:1049, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 09‑11‑2021
Beroepschrift, Hoge Raad, 10‑10‑2021
- Wetingang
Essentie
Beoordeling in cassatie van uitleveringszaken en de betekenis daarbij van HR 24 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:507 (ambtshalve beperking van het cassatieberoep wat betreft vrijspraken niet langer het uitgangspunt): in uitleveringszaken pleegt de Hoge Raad het door de opgeëiste persoon zonder enige beperking ingestelde cassatieberoep op te vatten als niet te zijn gericht tegen de partiële ontoelaatbaarverklaring van de verzochte uitlevering; daarin heeft het voormelde, op samengestelde tenlasteleggingen gerichte arrest geen verandering gebracht.
Uitspraak
Inleiding
De Rechtbank Den Haag heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Republiek Zuid-Korea ontoelaatbaar verklaard ‘ter fine van strafvervolging voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.