NJB 2025/2004
Vrijheid van meningsuiting. Academische vrijheid. Sanctie. Ontbindingsverzoek. Causaal verband. In 2019 publiceert een vrouwelijke universiteitsmedewerker een essay over mechanismen die in het nadeel werken van vrouwelijke universiteitsmedewerkers. In 2022 dient de universiteit een ontbindingsverzoek in. Het hof oordeelt dat onvoldoende causaal verband bestaat tussen de publicatie en het verzoek. Hoge Raad: Een ontbindingsverzoek kan als een inmenging in de vrijheid van meningsuiting worden aangemerkt, mits het uitsluitend of hoofdzakelijk het gevolg is van de uiting en niet hoofdzakelijk verband houdt met het vermogen van de werknemer om zijn of haar functie uit te oefenen. Er geldt geen andere norm indien de uiting valt onder de academische vrijheid. Het oordeel van het hof dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet uitsluitend of hoofdzakelijk het gevolg was van de publicatie van het essay, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting.
HR 11-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1140
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
11 juli 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma
- Zaaknummer
24/01341
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Arbeidsrecht (V)
Internationaal publiekrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1140, Uitspraak, Hoge Raad, 11‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:324, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 08‑03‑2024
- Wetingang
Essentie
Vrijheid van meningsuiting. Academische vrijheid. Sanctie. Ontbindingsverzoek. Causaal verband. In 2019 publiceert een vrouwelijke universiteitsmedewerker een essay over mechanismen die in het nadeel werken van vrouwelijke universiteitsmedewerkers. In 2022 dient de universiteit een ontbindingsverzoek in. Het hof oordeelt dat onvoldoende causaal verband bestaat tussen de publicatie en het verzoek. Hoge Raad: Een ontbindingsverzoek kan als een inmenging in de vrijheid van meningsuiting worden aangemerkt, mits het uitsluitend of hoofdzakelijk het gevolg is van de uiting en niet hoofdzakelijk verband houdt met het vermogen van de werknemer om zijn of haar functie uit te oefenen. Er geldt geen andere norm ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.