Prg. 2025/145
Een erfgenaam verzwijgt een vordering van de nalatenschap op hemzelf. Daardoor verbeurt hij zijn aandeel in die vordering. De Hoge Raad oordeelt dat dit aandeel van rechtswege overgaat op de andere erfgenaam zonder dat een leveringshandeling nodig is.
HR 21-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:420
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 maart 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/04866
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Erfrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:420, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1151, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 01‑11‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 15‑03‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑12‑2023
- Wetingang
Essentie
Erfrecht. Is voor overgang van verbeurd aandeel in nalatenschap leveringshandeling vereist?
Nee. Verbeurd aandeel gaat van rechtswege over op andere deelgenoten.
Samenvatting
Twee broers zijn erfgenamen van hun overleden vader. Eén broer heeft geld aan het vermogen van vader onttrokken, waardoor de nalatenschap een vordering van € 884.044 op hem heeft. Deze vordering heeft hij verzwegen. Het hof heeft geoordeeld dat de broer daardoor zijn aandeel in de vordering heeft verbeurd op grond van art. 3:194 lid 2 BW. De vordering behoort niet meer tot de nalatenschap: de andere broer is enig rechthebbende geworden.
De Hoge Raad ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.