NJ 2026/103
Deelneming aan een criminele organisatie gericht op het plegen van drugsdelicten, wapendelicten, witwassen en (gekwalificeerde) diefstallen. Gestelde schending van het doorlaatverbod (artikel 126ff Sv), hoefde niet tot enig rechtsgevolg te leiden.
HR 18-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:304, m.nt. J.M. Reijntjes
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 februari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/04433
- Conclusie
A-G mr. A.E. Harteveld
- Noot
J.M. Reijntjes
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD52524:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:304, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:13, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 09‑08‑2024
- Wetingang
Art. 126ff, 359a Sv
Essentie
Deelneming aan een criminele organisatie. In hoger beroep wordt het verweer gevoerd dat het doorlaatverbod (artikel 126ff Sv) is geschonden, en dat dit vormverzuim moet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, uitsluiting van het bewijs dat in een bepaalde periode is verkregen, of strafvermindering. Het hof oordeelt dat het doorlaatverbod niet is geschonden en overweegt ten overvloede waarom het gestelde verzuim niet zou hoeven leiden tot de door de verdediging betoogde rechtsgevolgen. In cassatie wordt hierover tevergeefs geklaagd.
Samenvatting
Bij de beoordeling of aan een onherstelbaar vormverzuim een rechtsgevolg — strafvermindering, bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkverklaring van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.