NJB 2008, 623
HR, 19-02-2008, nr. 02760/06
HR 19-02-2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC2333
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
19 februari 2008
- Magistraten
Mrs. Corstens, Balkema, De Savornin Lohman, Thomassen en Splinter-van Kan
- Zaaknummer
02760/06
- Conclusie
A-G Vellinga
- LJN
BC2333
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2008:BC2333, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 19‑02‑2008
ECLI:NL:PHR:2008:BC2333, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑02‑2008
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑04‑2007
- Wetingang
Sv art. 51
Essentie
Wegens opzettelijk handelen in strijd met het in art. 3 lid 1 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd, werd de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot een geldboete van € 900.
Het middel bevat de klacht dat in hoger beroep het voorschrift van art. 51 Sv niet is nageleefd: er is, aldus de steller van het middel, geen afschrift van de appeldagvaarding aan verdachtes raadsman gezonden. In hoger beroep verschenen noch de verdachte noch een raadsman.
De vraag was of de na het wijzen op 20 februari 2001 van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.