NJB 2023/2322:Commuun internationaal privaatrecht. Litispendentie. In een echtscheidingsprocedure veroordeelt de Marokkaanse rechter de man tot betaling van kinderalimentatie. De man verzoekt de Nederlandse rechter om vaststelling van kinderalimentatie ten laste van de vrouw. De vrouw doet een beroep op art. 12 Rv. De rechtbank verwerpt dat beroep en stelt kinderalimentatie vast. Het hof verklaart de Nederlandse rechter alsnog onbevoegd. Hoge Raad: 1. Voor alle weren. Zowel in de dagvaardingsprocedure als in de verzoekschriftprocedure moet het beroep op litispendentie voor alle weren worden gedaan. 2. Rechtsmacht. De rechter dient zijn rechtsmacht te onderzoeken voordat hij toekomt aan eventuele aanhouding wegens litispendentie. 3. Vrijheid van de rechter. De rechter is niet verplicht tot aanhouding wegens litispendentie. Als de buitenlandse beslissing onherroepelijk is geworden, heeft de rechter geen discretionaire bevoegdheid meer. 4. Hoger beroep. Onderscheid moet worden gemaakt tussen hoger beroep tegen verwerping van een beroep op litispendentie en hoger beroep tegen een beslissing tot onbevoegdverklaring op de voet van art. 12 Rv. 5. Erkenning. Is zowel litispendentie als erkenning van een buitenlandse beslissing aan de orde, dan wordt de procedure over erkenning voortgezet. De rechter kan erkenning uitstellen of weigeren indien de buitenlandse beslissing niet onherroepelijk is.