NJ 2026/79
Van het woonachtig zijn in Nederland als bedoeld in art. 123b lid 5 WVW 1994 moet sprake zijn op het moment dat de tweede veroordeling onherroepelijk wordt.
HR 20-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:81
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 januari 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, C. Caminada
- Zaaknummer
24/00492
- Conclusie
A-G mr. V.M.A. Sinnige
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD48759:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Verkeersstrafrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:81, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1162, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 11‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 21‑03‑2025
- Wetingang
Art. 9, 123b WVW 1994
Essentie
Van het woonachtig zijn in Nederland als bedoeld in art. 123b lid 5 WVW 1994 moet sprake zijn op het moment dat de tweede veroordeling onherroepelijk wordt.
Vervolg op Hof ’s-Hertogenbosch 2 februari 2024, NJFS 2024/142.
Samenvatting
Op grond van art. 123b lid 1 WVW 1994 verliest een rijbewijs van rechtswege zijn geldigheid als sprake is van recidive van verkeersdelicten die met middelengebruik verband houden. De geldigheid van het rijbewijs gaat verloren op het moment dat een tweede veroordeling onherroepelijk wordt. Het kan ook gaan om het verlies van de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.