RF 2016/90
Effectenlease. Welke schade dient de Bank te vergoeden in het geval er geen sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last bij het aangaan van de overeenkomst? (Dexia/gedaagde)
Rb. Amsterdam 30-06-2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:4298
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
30 juni 2016
- Magistraten
Mr. C.L.J.M. de Waal
- Zaaknummer
3582401 DX EXPL 14-379
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS924586:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2016:4298, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 30‑06‑2016
ECLI:NL:RBAMS:2016:9484, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 31‑03‑2016
ECLI:NL:RBAMS:2015:10191, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 24‑12‑2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:10192, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 02‑07‑2015
ECLI:NL:RBAMS:2014:9862, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 18‑12‑2014
- Wetingang
Art. 6:100 BW; art. 392 Rv
Essentie
Effectenlease. Schadeberekening.
Welke schade dient de Bank te vergoeden in het geval er geen sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last bij het aangaan van de overeenkomst?
Samenvatting
Dexia heeft haar zorgplicht geschonden jegens de gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, hetwelk heeft geleid tot schade. Aan de orde is de vraag hoe de schadevergoeding berekend dient te worden.
Rb.: Als uitgangspunt wordt genomen dat een batig saldo van een voorgaande overeenkomst slechts als voordeel op de schade in mindering wordt gebracht indien de overeenkomst op grond waarvan schadevergoeding wordt gevorderd is aangegaan maximaal een jaar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.