Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/8.3.2:8.3.2 Verlengingsmogelijkheden
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/8.3.2
8.3.2 Verlengingsmogelijkheden
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90999:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Ook kunnen andere schuldeisers of leveranciers van de koper een Verbindungsklausel bedingen.
MünchKomm/Ganter 2013, § 47 InsO, nr. 118.
Zie hoofdstuk 11, paragraaf 11.3.2 en hoofdstuk 12, paragraaf 12.3.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het samenvoegen van zaken tot een eenheidszaak in het Duitse recht heeft, zo is in de vorige paragraaf gebleken, doorgaans niet tot gevolg dat de leverancier zijn voorrangspositie verliest. Dit is ten eerste het gevolg van de restrictieve invulling van het begrip wezenlijk bestanddeel. Een zaak wordt niet snel als een wezenlijk bestanddeel gekwalificeerd. De geleverde zaak blijft een zelfstandige zaak waarvan de leverancier eigenaar is. Is de zaak toch een wezenlijk bestanddeel, dan leidt de vereniging van wezenlijke bestanddelen in de regel tot mede-eigendom. De voorbehouden eigendom van de leverancier zet zich voort op het aandeel in de eenheidszaak. Alleen in uitzonderingsgevallen wordt een hoofdzaak aangewezen. Zelfs in dit geval verliest de leverancier slechts zijn zekerheid als zijn zaak niet als hoofdzaak wordt aangemerkt.
De leverancier kan voor dat geval bedingen dat de koper (een aandeel in) de eenheidszaak tot zekerheid overdraagt aan de leverancier. Een dergelijke zekerheidsoverdracht geschiedt vaak bij voorbaat door middel van een geanticipeerde levering cp (Verbindungsklausel).1 Aan deze constructie kleeft een nadeel voor de leverancier dat vergelijkbaar is met het nadeel bij de verpanding bij voorbaat in het Nederlandse recht. De koper is doorgaans eerder in tijd een zekerheidsoverdracht (bij voorbaat) met zijn geldkredietverstrekker overeengekomen.2 Bij twee botsende zekerheidsoverdrachten geldt de prioriteitsregel. De eerdere zekerheidsoverdracht (bij voorbaat) gaat voor een latere overdracht.3 De overdracht aan de leverancier faalt op grond van de beschikkingsonbevoegdheid van de vervreemder. De leverancier kan geen beroep doen op derdenbescherming, omdat daarvoor onmiddellijk bezit is vereist op grond van §933 BGB.
In de literatuur wordt wel bepleit om een uitzondering aan te nemen op de prioriteitsregel in navolging van de rechtspraak van het BGH bij zaaksvorming en doorverkoop.4 In deze gevallen maakte het BGH een uitzondering op de prioriteitsregel waardoor de zekerheidsoverdracht ten gunste van de leverancier op grond van de Verarbeitungsklausel en de Vorausabtretungsklausel voorrang verkrijgt op de eerdere zekerheidsoverdracht aan de bank.5
Een dergelijke uitzondering zou bij natrekking inhouden dat de leverancier zekerheidseigenaar wordt van de zaak die (mede) is gevormd uit zaken die hij onder eigendomsvoorbehoud heeft geleverd. Op deze wijze ‘verlengt’ de voorrangspositie voor leverancierskrediet zich tot (een aandeel in) de eenheidszaak die het (gedeeltelijke) surrogaat is van de onder eigendomsvoorbehoud geleverde zaak.
Voor deze uitzondering op de prioriteitsregel worden in de literatuur de argumenten aangevoerd die ten grondslag liggen aan de door het BGH aangenomen uitzonderingen op de prioriteitsregel bij zaaksvorming en doorverkoop. Ten eerste wordt aangevoerd dat het billijk is om de leverancier een recht te geven met betrekking tot de eenheidszaak, omdat de leverancier het ontstaan van deze zaak voorfinanciert door middel van de levering van een zaak op krediet. Hij levert een bijdrage aan (de waarde van) de eenheidszaak. Ten tweede bestaat er een nauwe band tussen de gesecureerde vordering en de nieuwe zaak als (gedeeltelijke) surrogaat van de geleverde zaak. De leverancier dient in dit kader beschermd te worden tegen het zekerheidsrecht van de bank.
Anders dan bij zaaksvorming en doorverkoop heeft het BGH tot op heden echter geen uitzondering op de prioriteitsregel aangenomen bij natrekking. Dit is dus geen geldend recht. Dit betekent dat de leverancier in het uitzonderingsgeval dat een zaak van een derde als hoofdzaak wordt aangewezen, zijn voorrangspositie als gevolg van natrekking verliest. In dat geval kan hij zijn voorrangspositie ‘verlengen’ door middel van een zekerheidsoverdracht van de eenheidszaak. Hij loopt dan wel het risico dat de zaak eerder tot zekerheid is overgedragen aan een ander. Op grond van de prioriteitsregel gaat deze zekerheidsoverdracht voor.