RCR 2026/13
Ambtshalve toetsing. Heeft het hof ambtshalve nagelaten om het kostenbeding in een overeenkomst tussen een juridische dienstverlener en een consument te toetsen aan de Richtlijn oneerlijke bedingen en de Richtlijn consumentenrechten?
HR 05-12-2025, ECLI:NL:HR:2025:1856
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 december 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, K. Teuben
- Zaaknummer
24/03477
- Conclusie
plv. P-G mr. M.H. Wissink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD47625:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Rechtsbescherming
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
Vermogensrecht / Europees vermogensrecht
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1856, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑12‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:748, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑07‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑08‑2024
- Wetingang
Essentie
Ambtshalve toetsing. Oneerlijke bedingen. Consumentenbescherming.
Heeft het hof ambtshalve nagelaten om het kostenbeding in een overeenkomst tussen een juridische dienstverlener en een consument te toetsen aan de Richtlijn oneerlijke bedingen en de Richtlijn consumentenrechten?
Samenvatting
De juridische dienstverlener staat de agente vanaf mei 2015 bij in een geschil met haar werkgever. Partijen komen een uurtarief van € 240 inclusief btw overeen, met een korting van € 90 die onder bepaalde omstandigheden vervalt. De agente betaalt de voorschotfacturen en na beëindiging van de dienstverlening in februari 2016 stuurt de juridische dienstverlener een slotfactuur van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.