Einde inhoudsopgave
Belang zonder aandeel en aandeel zonder belang (VDHI nr. 144) 2017/4.2.1
4.2.1 Inleiding
mr. G.P. Oosterhoff, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. G.P. Oosterhoff
- JCDI
JCDI:ADS351713:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Herziening van het ondernemingsrecht, rapport Commissie Verdam, ’s Gravenhage 1965, p. 76 en J.B.S. Hijink, De functie van de (geconsolideerde) jaarrekening van beursvennootschappen: juridisch of ‘disclosure’ document?, TvJ 2009, p. 44.
Wet van 10 september 1970 (Stb. 1970, 411; Kamerstukken 9596, in werking getreden op 1 januari 1971).
Wet van 6 mei 1971 (Stb. 1971, 289; Kamerstukken 10 751, in werking getreden gedeeltelijk in 1971 en gedeeltelijk in 1973.
Boek 2 BW is vastgesteld bij de Wet van 12 mei 1960 (Stb. 1960, 205; Kamerstukken 3769) en ingevoerd door de Wet 8 april 1976 (Stb. 1976, 228 en 229; Kamerstukken 11 005 en 11 416).
Het begrip ‘certificaten van aandelen’ werd in 1929 opgenomen in artikel 42c van het Wetboek van Koophandel. Het artikel verleende niet specifiek rechten aan certificaathouders maar bepaalde dat (onder meer) indien van een N.V. toonderaandelen en/of toondercertificaten van aandelen tot een bedrag van meer dan NLG 50.000 in omloop zijn, de N.V. volledige afschriften van de jaarrekening ter inzage van een ieder dient te leggen bij het Handelsregister.1 Rechten jegens de vennootschap, in de kern de rechten omschreven in paragraaf 2.2.1, werden aan (bepaalde) certificaathouders pas verleend in het kader van de herziening van het enquêterecht in 1971,2 in het kader van de invoering van de structuurregeling, eveneens van 1971,3 en wat betreft de gelding van artikel 2:8 BW (destijds 2:7 BW) in het kader van de overbrenging van het vennootschapsrecht naar Boek 2 BW in 1976.4
Door deze toekenning van rechten zijn certificaten een reeds in de wet (tot op zekere hoogte) geregelde vorm van synthetische belangen; een vorm van synthetische belangen waar Boek 2 BW rechten aan verbindt. Dat maakt de vragen interessant wat de beweegredenen zijn geweest voor het verlenen van rechten aan de houder van certificaten en welke kenmerken van certificaten daarbij relevant waren.
Het verlenen van rechten aan certificaathouders geschiedde, zoals hierna aan de orde komt, vanuit de gedachte dat certificaathouders als verschaffers van risicodragend kapitaal enige bescherming toekomt. Over certificaten van aandelen was voordien in de literatuur vrij uitvoerig gedebatteerd, onder meer wat betreft het rechtskarakter van het certificaat. Aan die literatuur en aan de wetsgeschiedenis kunnen enkele kenmerken ontleend worden die structuur kunnen aanbrengen in de verscheidenheid van synthetische (economische) belangen. Zo kan een analyse over certificaten van aandelen dienen als hulpmiddel bij de vraag aan welke criteria andere synthetische belangen moeten voldoen om daar eventueel (ook) vennootschapsrechtelijke rechten en verplichtingen aan te verbinden.