RN 2019/80
Inkomstenbelasting. Behoort agiostorting op 31 december op derdengeldenrekening van notaris op 1 januari tot de rendementsgrondslag van box 3?
HR 12-07-2019, ECLI:NL:HR:2019:1177
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 juli 2019
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, J.A.C.A. Overgaauw, J. Wortel, A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, P.A.G.M. Cools
- Zaaknummer
18/04098
- Conclusie
A-G mr. R.E.C.M. Niessen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS90607:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Fiscaal bestuursrecht / Fraus legis en richtige heffing
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1177, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑07‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:407, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑04‑2019
Beroepschrift, Hoge Raad, 16‑04‑2019
- Wetingang
Essentie
Inkomstenbelasting. Vermogensrendementsheffing.
Behoort een agiostorting op 31 december op de derdengeldenrekening van een notaris op 1 januari tot de rendementsgrondslag van box 3?
Samenvatting
Erflater heeft op 31 december 2012 een BV opgericht. In de akte van oprichting is bepaald dat het gestorte aandelenkapitaal € 100 bedraagt. Op dezelfde dag heeft erflater een bedrag van € 1.500.000 vanaf zijn privébankrekening laten overmaken naar een derdenrekening van de notaris bij wie de BV is opgericht, onder vermelding 'Agiostorting BV'. Op 21 januari 2013 is € 1.500.000 van die derdenrekening overgemaakt naar een bankrekening van de BV, onder vermelding “Agiostorting inzake oprichting”. Erflater ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.