NJ 2023/349
Internationaal privaatrecht. Procesrecht. Litispendentie (art. 12 Rv); maatstaf. Toepassingsvoorwaarden in eerste aanleg en hoger beroep. Erkenning en tenuitvoerlegging op voet art. 431 lid 2 Rv.
HR 29-09-2023, ECLI:NL:HR:2023:1265, m.nt. L. Strikwerda
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
29 september 2023
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
22/01718
- Conclusie
A-G mr. P. Vlas
- Noot
L. Strikwerda
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS934979:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
Burgerlijk procesrecht / Hoger beroep
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1265, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 29‑09‑2023
ECLI:NL:PHR:2022:1042, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 11‑11‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 09‑05‑2022
- Wetingang
Samenvatting
Art. 12, derde zin, Rv in verbinding met art. 11 Rv houdt in dat het beroep op litispendentie in zaken die bij dagvaarding moeten worden ingeleid, op straffe van verval van het recht daartoe moet worden gedaan voor alle weren ten gronde. Ook in zaken die bij verzoekschrift moeten worden ingeleid, moet dit beroep op litispendentie voor alle weren ten gronde worden gedaan. De rechter ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.