Belastingblad 2025/106
Onder omstandigheden kan de rechter voorbijgaan aan een schending van art. 40 lid 2 Wet WOZ. Er bestaat dan recht op een vergoeding van het griffierecht en de proceskosten, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Geen bijzondere omstandigheid is: (1) dat belanghebbende in beroep niet alleen klaagt over de schending van art. 40 lid 2 Wet WOZ en (2) dat niet kan worden geoordeeld dat de WOZ-waarde pas aannemelijk is gemaakt met de stukken die in de beroepsfase zijn overgelegd.
HR 24-01-2025, ECLI:NL:HR:2025:106, m.nt. J.M.J.F. Jansen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 januari 2025
- Magistraten
Mrs. J.A.R. van Eijsden, M.W.C. Feteris, M.T. Boerlage, A.E.H. van der Voort Maarschalk, F.G.F. Peters
- Zaaknummer
24/01332 bis
- Noot
J.M.J.F. Jansen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS999928:1
- Vakgebied(en)
Waardering onroerende zaken (V)
Fiscaal procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1175, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:HR:2025:106, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 24‑01‑2025
Essentie
Onder omstandigheden kan de rechter voorbijgaan aan een schending van art. 40 lid 2 Wet WOZ. Er bestaat dan recht op een vergoeding van het griffierecht en de proceskosten, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Geen bijzondere omstandigheid is: (1) dat belanghebbende in beroep niet alleen klaagt over de schending van art. 40 lid 2 Wet WOZ en (2) dat niet kan worden geoordeeld dat de WOZ-waarde pas aannemelijk is gemaakt met de stukken die in de beroepsfase zijn overgelegd.
Uitspraak
Arrest
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
het COLLEGE VAN BURGEMEESTER ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.